Accueil I.A.D.

www.vade-retro.fr

A Presentation of the I.A.D.

Who are us? Deliverance from evil spirits - exorcism - inner healing - encumbered ascendance - open doors - all you want to know on these questions on the I.A.D. site (International Association for Deliverance)

De mediamieke habitus (1)

Pater Paul-Marie de Mauroy c.s.j.

De oorspronkelijke titel van deze toespraak was La Médiumnité. Dit is een Frans woord dat weergeeft de habituele geschiktheid van bepaalde mensen om als medium, als tussenpersoon op te treden, vooral in spiritistische séances. Het komt niet voor in de Dictionnaire de la langue Française, maar wordt wel genoemd (zonder definitie) in de Vocabulaire Technique et Critique de la Philosophie van André Lalande. Het kent geen Nederlandse vertaling. De auteur gebruikt het hier ook in een wat bredere zin: als een duurzaam persoonlijkheidskenmerk. Vandaar dat gekozen is voor de vertaling als: de mediamieke habitus, waarmee bedoeld is de innerlijke, min of meer duurzame gesteldheid van de mens die deze persoonlijkheidskenmerken heeft. Tegen het eind van zijn betoog gebruikt de spreker de term habitus ook.

Inleiding

Ik werd gedwongen me te verdiepen in het probleem van de mediamieke habitus door de bediening van het exorcisme. Helemaal in het begin van mijn taak als exorcist, nu 11 jaar geleden merkte ik dat er mensen waren bij wie het me niet gelukte hen te bevrijden, ondanks herhaalde gebeden om bevrijding, inwendige genezing, en tot gene-


1 Uit het verslag van het congres: “Het gebed tot bevrijding en exorcisme – de onderscheiding der geesten” ,Fatima 2005 - International Association for Delivrance. » © Editions Bénédictines. ISBN 2-84863-035-3 Deze tekst is in zijn originele vorm in de Franse taal te vinden op: http://sosparanormal.free.fr/voyance.php?contenu=voy ance/mediumnite - haut_page




zing van de stamboom (m.b.t. overgeërfde gevolgen van ernstige gebeurtenissen in het voorgeslacht). Nadat ik raad gevraagd had bij verscheidende ervaren mensen, kwam ik toch niet verder. Mijn vraag was: hoe is het toch mogelijk dat het niet gelukt om sommige mensen van het kwaad te bevrijden? Ik heb dus lange gesprekken gehad met enkele van de mensen die me om raad kwamen vragen en ontdekte tenslotte dat hun gemeenschappelijke kenmerk was dat ze mediums waren, een mediamieke habitus bezaten. Daarop heb ik mijn bisschop opgezocht om die ontdekking met hem te bespreken en hem toestemming te vragen om een gebed toe te passen waarin aan de Heer gevraagd wordt deze mensen van hun mediamieke habitus te bevrijden. Met de instemming van mijn bisschop heb ik dat gebed uitgesproken aan de eerste de beste mediamieke persoon die zich aan mij presenteerde. Ik was ondersteboven van het resultaat: die persoon had zijn mediamieke habitus verloren! Maar ongelukkig genoeg werkte het daarna niet meer, hoe vaak ik het ook opnieuw probeerde.

De Heer wilde me ongetwijfeld doen begrijpen, dat het probleem dat de bevrijding tegenhield wel de mediamieke habitus was, maar dat het middel om mensen daarvan te bevrijden niet het gebed is. Uitgaande van de verschijnselen die ik aantrof bij alle mensen met deze persoonseigenschappen, die ik nu verder mediums zal noemen, ben ik op zoek gegaan naar de betekenis ervan op filosofisch niveau. Immers ook niet-christenen kunnen medium zijn.

1 - De symptomen van de mediamieke habitus.

Het meest opvallende verschijnsel is de overmatige gevoeligheid. Een medium wordt door alles geroerd: de mensen, de plaatsen, de voorwerpen enz. Dat aanvoelen is fysiek, het behoort niet tot de intuïtie of tot het verstandelijk onderscheidend vermogen. Dit gevoel uit zich op verschillende wijzen al naar gelang van de hoedanigheid van wat er aangevoeld wordt. Als datgene wat gevoeld wordt goed is, dan voelt het medium zich lichamelijk goed. Hij heeft het gevoel dat hij zijn accu’s aan het opladen is. Omgekeerd, als het gevoelde slecht is dan voelt het medium zich benauwd, angstig of plotseling erg moe: hij heeft de indruk dat zijn energie uit hem gezogen wordt.

Die overgevoeligheid komt op natuurlijke wijze tot uiting in een bijzondere kwetsbaarheid op het gebied van de vijf zintuigen, en wel van een of meer daarvan. Een medium kan bijvoorbeeld erg gevoelig zijn voor geluiden. Een hard geluid blijft in zijn hoofd weerklinken zodat het onverdraaglijk wordt. Het medium lijdt aan een permanente lichte vermoeidheid, hij voelt zich steeds moe. Hij zoekt de eenzaamheid, want het leven met anderen is vaak moeilijk voor hem, om niet te zeggen onmogelijk. Hij heeft dus moeite met plaatsen waar veel mensen bijeen zijn, stations, luchthavens en overvolle winkels. Hij heeft het gevoel dat al zijn energie uit hem vloeit.

Een medium houdt in het bijzonder van twee plaatsen: de vrije natuur en de kerken, vooral wanneer ze leeg zijn. Daar kan hij zich opladen, zijn gezondheid weer op peil brengen.

Een medium trekt gewoonlijk iedereen aan die problemen heeft, iedereen die het niet goed maakt. Die pechvogels vertellen hem hun hele leven, hun mislukkingen en na een tijdje praten, begint het medium het lijden van de ander zelf te voelen en over te nemen. Er vindt dan een soort uitwisseling plaats, waarbij het medium de narigheid van de ander op zich neemt en tegelijkertijd zijn energie kwijtraakt, terwijl de gesprekspartner zich steeds beter voelt: hij heeft als een vampier de energie van het medium opgezogen.

Een medium neemt zijn beslissingen al naar gelang wat hij voelt. Wanneer er een besluit genomen of een keuze gemaakt moet worden dan gaat hij af op wat hij voelt en gaat voor dat wat “het beste aanvoelt” temidden van de keuzemogelijkheden.

Het medium slaapt doorgaans niet vast, hij kan ’s nachts door demonen geplaagd worden en als dat niet gebeurt dan verkwikt de slaap hem niet: in de morgen wordt hij vermoeider wakker dan hij de vorige avond is gaan slapen. Een medium weet dat hij geen mogelijkheden heeft zich te verzetten, hij voelt zich alsof hij als een spons alles opzuigt wat op zijn weg komt. Hij voelt zich volkomen hulpeloos tegenover de Boze of tegenover negatieve energie, zoals hij dat noemt. Wanneer een negatieve energie zich van hem meester maakt is hij niet in staat zich daaraan te onttrekken.

Wat is nu die mediamieke habitus, dat medium-zijn. Is het goed? Hoe kan men zich beschermen tegen de ongewenste gevolgen ervan?

2 – Wat is de mediamieke habitus?

Zelf heb ik dit probleem overdacht door uit te gaan van de filosofie van de levende natuur omdat het immers om een overmatige gevoeligheid gaat. Ik ben op dat terrein geen specialist, maar mijn armzalige kennis op dit gebied heeft me toch veel duidelijk gemaakt. In het licht van de Wijsheid van de Schepper is het mogelijk die finaliteit duidelijk te maken. In dat licht kan men ook de mediamieke habitus duidelijker plaatsen met betrekking tot die finaliteit om daarbij een theologisch oordeel te hanteren, waarnaar onze voorkeur uitgaat.

De levende mens is complex. Hij wordt gekenmerkt door een zekere levensautonomie. Hij is afhankelijk van een levensomgeving, maar zijn leven behoort hem toe in die zin dat hij zijn levensverrichtingen uit zichzelf tot stand brengt. Wat ik hier zeg zou veel verder uitgewerkt moeten worden, het zijn conclusies van de wijsbegeerte van de levende natuur die een analyse veronderstellen waar wij nu geen tijd voor hebben.

Die levenskracht, waarvan de levende mens de bron in zichzelf bezit, is beperkt. De sport laat ons op welkekende wijze de gernzen van die levenskracht zien. De levende mens gebruikt die levenskracht zoals hij wil, maar hij is gedetermineerd in de aard van zijn levensverrichtingen. Men kan die levensverrichtingen groeperen in drie levensniveaus op grond van wat we bij andere levende wezens waarnemen. De mens ademt en voedt zich zoals de planten. Hij voelt, heeft een gevoelsleven zoals de dieren. Tenslotte, heeft hij - wat hem eigen is en hem alleen - de geest en een niveau van geestelijk leven. Bedenk dat het geestelijke leven waarop ik hier doel het leven van de geest op natuurlijk niveau is en niet op bovennatuurlijk gebied. Het gaat hier over het leven van het verstand en de wil die de belangrijkste vermogens van de geestelijke ziel zijn.

De beperkte levenskracht van de mens is dus verdeeld over deze drie levensniveaus. De ontwikkeling van de menselijke levenskracht op basis van de levensverrichtingen maakt deel uit van de groei van de mens, waarover we in de vorige lezing spraken. Voor de ontwikkeling van de menselijke natuur tot een persoon op het gebied van het leven, moet die levenskracht zich in de levende mens ontplooien volgens een doelgerichte orde, wat inhoudt dat de mens zelf een doel heeft. (Die doelgerichtheid die betrekking heeft op het persoonlijk zijn van de mens kan men slechts ontdekken in de metafysica. De filosofie van de levende natuur ontleent dus haar finaliteit aan de metafysica.) Alles moet dus geordend zijn tot het leven van de geest. Er kan zich een afwijking voordoen, wat het geval is bij het medium, waar heel het levenskapitaal als het ware uitkristalliseert rondom het gevoelsleven. Dat gebeurt buiten de directe wil van het medium om.

Dan begrijpt men dat het medium een buitengewoon en zeer goed ontwikkeld aanvoelend vermogen heeft en dingen ervaart die anderen, niet-mediums niet voelen. Het medium heeft een overgevoeligheid, meer nog dan de blinde die zijn gehoor en zijn tastzin ontwikkeld heeft. Men kan dus, alles samengenomen, zeggen dat de mediamieke habitus, in zoverre zij een ontwikkeling van het gevoelsleven is ten koste van andere levensniveaus, een anomalie is bij het levende wezen met betrekking tot zijn finaliteit, zijn gerichtheid op zijn uiteindelijke doel. (Die anomalie kan alleen in het juiste licht gesteld worden door een metafysica van de persoon, waarbij men ontdekt dat de menselijke persoon gemaakt is om God te aanschouwen).

We moeten nog opmerken dat de mediamieke habitus een duurzame toestand is van de levenskracht van de levende mens. Men kan zeggen dat ze analoog is aan andere vormen van habitus. De habitus is een stabiele, duurzame gesteldheid.

3 – Wat is de oorsprong van de mediamieke habitus?

Omdat het bezit van de mediamieke habitus tot het terrein van het gevoelsleven behoort, zou men geneigd zijn haar als erfelijk te zien, zoals de aangeboren neigingen van het gevoelsleven dat ook zijn. In werkelijkheid zijn die neigingen tot gevoelsmatige levensverrichtingen ook erfelijk. Een kind van wie de geest nog niet ontwaakt of gevormd is toont gevoelsmatige levensverrichtingen. Door de mediamieke neigingen die het via erfelijkheid ontvangen heeft zal het zich meteen tot medium, tot mediamieke habitus ontwikkelen. We ontmoeten dus mensen die medium zijn sinds hun prille jeugd omdat hun vader of moeder zo waren.

Als de mediamieke habitus erfelijk is, dan is het voor het medium erg moeilijk om in te zien dat zijn toestand niet normaal is. Zoals de blindgeborene heeft hij altijd die gevoelswaarnemingen gehad en denkt dat iedereen is zoals hij. Het is dan ook een hele ontdekking als een geboren medium gewaar wordt dat hij niet is zoals de anderen!

Omdat de mediamieke habitus analogie toont met andere vormen van habitus, kan men haar ook verwerven zoals men een habitus of blijvende gesteldheid verwerft. Trouwens, men zal ontdekken dat deze persoonlijkheidsvorm een habitus is, juist omdat men kan haar verwerven. Het is voldoende om enkele oefeningen op het terrein van het gevoelsleven te doen om daarin een ontwikkeling tot stand te brengen die uitgaat boven wat normaal nodig is om het verstandelijk kennen te ondersteunen. Zo ontwikkelt een blinde zijn gehoor en zijn tastzin, omdat hij zonder gezichtsvermogen zich inspant om elk geluid te horen en alles te voelen met zijn handen om zich veilig te kunnen verplaatsen. Door dit steeds te herhalen ontwikkelt hij zijn gehoor en zijn tastzin op een gewone manier die blijvend is. Hij heeft een habitus een gesteldheid bereikt die het hem mogelijk maakt zonder al die inspanning alles te horen en te voelen, het gaat vanzelf.

Zo zullen alle oefeningen die het gevoelsleven ontwikkelen boven het niveau dat beantwoordt aan de finaliteit ervan, d.w.z. buiten zijn geordend zijn tot het verstand, een mediamieke habitus doen ontstaan. Het gebied van het menselijke gevoelsleven is ingewikkeld en de mediamieke persoonlijkheid kan dan ook zeer verschillend gekleurd zijn al naar gelang het zintuiglijke vermogen dat wordt ontwikkeld. Gemeenschappelijk aan alle vormen van mediamieke habitus is echter de ontwikkeling van het voorstellingsvermogen en de cogitativa (een scholastieke term, die o.a. door St. Thomas gebruikt wordt), wat men zou kunnen vertalen met: het inschattingsvermogen gebaseerd op ervaring(2).

De cogitativa in engere zin is niet het vermogen om discursief te denken, te overwegen, maar een bijzonder vermogen dat iemand in staat stelt aan te voelen in wat voor omgeving hij zich bevindt. Bij de dieren noemt men dit de estimativa (in scholastieke termen) en komt het overeen met het instinct. Het lam ziet bijvoorbeeld een wolf en slaat op de vlucht omdat hij dankzij zijn instinct


2 De term cogitativa kan volgens de Vocabulaire technique et critique de la Philosophie van André Lalande (Presse Universitaires de France, 12e ed. 1976) in brede en in enge zin worden verstaan. In brede zin doelt zij op dat deel of die eigenschap van de ziel, die betrokken is bij het denken en het voorstellingsvermogen. In enge zin de eigenschap waardoor men in staat is gevolgtrekkingen te maken die hun grondslag niet vinden in het universele of noodzakelijke, maar slechts in dat wat zich herhaald voordoet. In zekere zin komt zij overeen met het inductieve en analoge denken.




aanvoelt dat datgene wat zich daar tegenover hem bevindt vijandig is aan zijn natuur. Bij de mens noemen we dit de cogitativa of het inschattingsvermogen.

Er zou ongetwijfeld veel te zeggen zijn over de praktijken waardoor de mediamieke habitus ontwikkeld wordt. Sommige christenen, vroom en vol goede bedoelingen, ontwikkelen een mediamieke habitus zonder dat ze het in de gaten hebben. Wie bijvoorbeeld probeert in het gebed altijd te de aanwezigheid van God te voelen, te voelen dat God hem bemint enz., die zal een mediamieke habitus opbouwen. Evenzo, kan iemand die zich gevoelsmatig helemaal één maakt met een ander, een mediamieke habitus ontwikkelen. Die houding van in de ander op te gaan is typisch voor een medium, ook al zijn niet allen die dat doen ook medium.

Verwarring tussen het geestelijke en het emotionele brengt vaak ontwikkeling in mediamieke richting met zich mee. Alles wat van dichtbij of veraf raakt aan de New Age berust, zonder dat het erbij gezegd wordt, op de ontwikkeling van de mediamieke habitus. Men leert er in contact te treden met de krachten van de natuur, in harmonie met de energieën van het heelal enz. De stoffelijke natuur is niet geestelijk. Zich een maken met de natuur om haar harmonieën te ervaren loopt noodzakelijk uit op de ontwikkeling van een mediamieke habitus. Uit ervaring met mensen die ik ontmoet heb, durf ik te zeggen dat alle technieken van transcendente en oosterse meditatie de mens tot medium maken, maar men zou dat wel nader moeten bezien al naar gelang de activiteiten die daarbij aan de orde komen. Op dit punt zult u de mening van pater Verlinde horen, die specialist op dit gebied is omdat hij het zelf allemaal van nabij heeft meegemaakt(3).

Het spreekt vanzelf dat alle occulte praktijken een mediamieke habitus veronderstellen. Dat begint bij het magnetisme, en loopt via allerlei technieken van genezing op afstand (zoals Reiki) via de radiësthesie, helderzienheid, spiritisme naar allerlei soorten toverij enz.

Men kan ook medium worden doordat men een magnetiserende behandeling heeft ondergaan. Alle paramedische praktijken die zich op indringende wijze met de energieen inlaten dragen het risico de “patiënt” tot medium te maken. Alles hangt daarbij af van wie de behandelaar en wie de behandelde is; bijvoorbeeld als de gever een sterke gever of medium is, of de ontvanger een sterke ontvanger is omdat hij uit alle macht meewerkt.

Drugs maken een mens tot medium omdat ze op brute en niet doelmatige wijze de fantasie wereld ontwikkelen.

De hele virtuele wereld kan de mens tot medium maken wanneer men er iets absoluuts van maakt en in het virtuele opgaat.

Men zou ongetwijfeld nog veel meer oorzaken voor het ontstaan van de mediamieke habitus kunnen vinden, maar me dunkt dat ik de belangrijkste nu heb besproken.




3 De verboden ervaring (L’expérience interdite) door dr. Joseph Marie Verlinde. Lannoo 2004, ISBN 9789020955217




4 – Wat zijn de gevolgen van de mediamieke habitus?

De ontwikkeling tot medium geeft krachten die aanvankelijk natuurlijk zijn, maar die meestal snel occult en demonisch worden.

Die krachten worden afgebogen in een richting die afhangt van het vermogen van het gevoelsleven dat ontwikkeld wordt. Omdat al die vermogens op een of ander wijze met elkaar verweven zijn in het voorstellingsvermogen, dat het synthetische vermogen van het gevoelsleven is, hebben alle mediums een sterk ontwikkeld voorstellingsvermogen of fantasie. Dat brengt een enorm probleem met zich mee om zich te concentreren. Een medium kan niet meer lezen omdat hij bij de eerste of tweede zin afhaakt, maar kan daarentegen ook zo geabsorbeerd worden in zijn lectuur, doordat hij er zich mee vereenzelvigt, dat hij uren kan lezen zonder op de tijd te letten omdat hij helemaal opgaat in wat hij leest. Dat opgaan-in, die vereenzelviging verschaft hem geen enkel werkelijk begrip van wat hij leest. Daarom is hier ook geen sprake van concentratie – die geestelijk is – maar van erin opgaan, een fusie.

De fantasie gekoppeld aan het gezichtsvermogen geeft het vermogen tot helderzienheid. Dat blijkt uit flitsen, flitsende beelden die de persoon krijgt, of hij of zij die nu nastreeft door helderziendheid te praktiseren of niet. Die flitsbeelden kunnen zonder waarschuwing opkomen! Ze kunnen zeer wel met de werkelijkheid overeenkomen. Wanneer ze niet worden nagestreefd betreffen ze doorgaans naasten of verwanten als een soort waarschuwingen. Als men ze wel nastreeft komen ze via de vereenzelviging met de persoon op wie de helderziende praktijk gericht is.

Wanneer de cogitativa (het inschattingsvermogen) in de richting van de mediamiek wordt ontwikkeld dan geeft ze de macht om plaatsen, voorwerpen, mensen te voelen c.q. aan te voelen. De helderziende gebruikt dat ook als middel tot onderscheid.

Het ziet er naar uit dat het mediamieke voorstellingsvermogen gekoppeld aan het gehoor telepathische krachten geeft. Het gehoor is immers het vermogen met geluid om te gaan en is uiteindelijk gemaakt voor de menselijke taal, want dat is het geluid waar de meeste betekenis in zit. Men zou moeten onderzoeken of het mediamieke inschattingsvermogen (de mediamieke cogitativa) in samenhang met het gehoor ook niet de macht geeft tot het voorvoelen van natuurrampen. De cogitativa is het vermogen om de omgevingssituatie aan te voelen, die voor ons het stoffelijke universum is. Het gehoor is gemaakt om de stilte van de natuur, haar rust te ervaren. Absolute stilte bestaat niet in de natuur want ze is onophoudelijk in beweging. Het ritme van de natuur is harmonieus en geeft aan de natuur een specifiek geluid mee. Een ernstige en plotselinge disharmonie doet dit natuurgeluid breken en kan lang van te voren (voordat de fysieke gevolgen merkbaar zijn) door het medium worden waargenomen.

Men zou zo andere mediamieke combinaties kunnen zoeken om de verschillende vermogens of krachten te onderscheiden. Mij dunkt dat het spiritisme de ontwikkeling van de het mediamieke voorstellingsvermogen en van de mediamieke cogitativa aaneen koppelt.

5 – Welk oordeel moeten we uitspreken over de mediamieke habitus?

Volgens de theologische beoordeling die we boven hebben geponeerd is de mediamieke habitus rechtstreeks in strijd met de menselijke persoon. Het is een typisch voorbeeld van een ontwikkeling van de menselijke natuur die niet op haar natuurlijke einddoel gericht is. Waarom en waarin kan men zeggen dat ze niet doelgericht is?

Daar ligt nu juist de steen des aanstoots. De meeste mensen die te goeder trouw zijn geven voor hun vermogens in te zetten in dienst van de naaste. Dankzij de voorgevoelens kan men rampen, ongelukken voorkomen. Dankzij de helderziendheid kan men mensen helpen de goede beslissingen te nemen, dankzij de magnetische (biologerende) krachten kan men mensen genezen die door de geneeskunde ongeneeslijk waren verklaard etc. Men ziet al welke tegenwerpingen we steeds te horen zullen krijgen.

Wat is het oordeelscriterium? Is het de doeltreffendheid waarmee men goed kan doen? Op het christelijke plan is het antwoord duidelijk en dat is: nee. We weten immers dat de duivel wondertekenen kan verrichten en kan profeteren. De duivel heeft altijd zijn profeten gehad in de bijbel. Hij drijft het zelfs zover dat hij de duivels uitdrijft. De Joden beschuldigen Jezus ervan dat hij de duivels uitdrijft door Beëlzebub, wat bewijst dat ze daar ervaring mee hadden en Jezus zegt trouwens niet dat het onmogelijk is. Sommigen onder ons zijn er misschien getuige van geweest dat iemand die bezeten was van verscheidene demonen deels bevrijd werd door de machtigste onder hen, die de geringere verjagen in de hoop hun eigen plaats te kunnen behouden of uit ijdelheid. Als de duivel tot iets goeds in staat is dan is dat niet voor niets, maar om de zielen te verleiden. En het moet gezegd worden: de meeste mediums horen tot die verleide zielen.

Kan men goed doen ten koste van de destructie van de persoonlijkheid? Als de mediamieke habitus de destructie van de persoonlijkheid impliceert omdat ze de ontwikkeling van de menselijke natuur tot de (complete) persoon belemmert, dan kan dat zeker geen goed genoemd worden.

We willen daaraan toevoegen dat de mediamieke habitus die een tegennatuurlijke ontwikkeling van de menselijke persoon inhoudt, ook het medium bij de demon bekend doet worden. Daarom ontwikkelen natuurlijke mediamieke krachten zich vrij snel tot occulte demonische vermogens. Een medium dat merkt dat zijn krachten plotseling duidelijk zijn toegenomen kan er van verzekerd zijn dat hij helaas al besmet is door de demon. Een ander criterium van demonische besmetting, die over kan gaan in bezetenheid is dat het medium niet van zijn krachten wil afzien.

“Goed geordende liefde begint bij zichzelf” is geen spreekwoord maar een theologische conclusie. Kan een blinde een blinde leiden? Zullen ze niet beiden in dezelfde kuil vallen?

Ik wil nog een oordeel uitspreken dat me belangrijk lijkt. Is de mediamieke habitus een charisma? Wat is het verschil tussen een charisma en de mediamieke habitus? Allebei tonen ze bepaalde vermogens die bovennatuurlijk lijken, vooral wanneer het medium besmet is en zijn vermogens daardoor versterkt worden. Het charisma is geen teken van heiligheid en kan evengoed aan een misdadiger gegeven worden Daar hebben we voorbeelden van in de Bijbel. Het onderscheidende oordeel gaat dus niet uit van degene die het vermogen heeft, van diens heiligheid. Daarom moeten we zeggen dat we te maken hebben met een habitus, een duurzame gesteldheid, terwijl het charisma niet permanent is. Wie zegt dat hij het charisma van de genezing bezit en dat hij het gebruiken kan wanneer hij wil is een medium en niet charismatisch. Evenzo voor wie beweert het charisma van de wetenschap, de kennis, de onderscheiding der geesten te hebben enz. Is dat charisma of helderziendheid of zelfs spiritisme? Ik denk dat er vandaag de dag op dit gebied heel wat verwarring heerst bij een bepaalde soort charismatische vernieuwing.

6 – Hoe kan men een medium helpen?

Een medium dat besmet of bezeten is van de demon is heel moeilijk te bevrijden, want de mediamieke habitus vormt een open deur om de reden die we al genoemd hebben: de duivel kent het medium en kan er zijn invloed op uitoefenen. We hebben al opgemerkt dat de duivel de geestelijke ziel niet aan kan, omdat zij door God geschapen is. Daarentegen kan hij wel het gevoelsleven aanpakken als dat niet de juiste doelgerichtheid heeft, wat bij het medium het geval is. De duivel kan dus het medium bedriegen in zijn gevoelens. Het is dus noodzakelijk dat het medium niet op zijn gevoel vertrouwt.

Allereerst is belangrijk het medium een helder idee te geven over de mediamieke habitus en uitleggen wat het is, opdat hij of zij begrijpt dat hij die habitus moet kwijtraken en waarom. Daarvoor is het goed alle verschijnselen van het medium zo te beschrijven dat hij of zij zich er gemakkelijk in herkent en u zijn vertrouwen schenkt, omdat hij zal inzien dat u ware dingen zegt over wat hij beleeft en dat u hem helderheid verschaft over verschijnselen die tot dan toe niemand hem kon uitleggen.

Het tweede is het geven van een heel eenvoudige filosofische verklaring, uitgaande van voorbeelden om zijn vertrouwen in u te vergroten. Hij zal inzien dat wat u zegt geen intuïtie is of berust op een mediamieke gesteldheid maar op een verstandelijke redenering. Er moet nadruk gelegd worden op de negatieve gevolgen van de mediamieke habitus en over de verarming van het denkleven die dat inhoudt. Omdat de levenskracht van elke mens nu eenmaal beperkt is kan de ontwikkeling van de mediamieke habitus alleen maar ten koste gaan van het denkleven, vandaar de mogelijkheid om zich te concentreren, waarover we gesproken hebben. En u zult zien, als u aan een medium zegt dat hij of zij de mediamieke habitus moet zien kwijt te raken dan zal dat niet gemakkelijk aankomen!

De derde stap is uitleggen hoe men de mediamieke habitus kan kwijtraken. Het gaat om een habitus. Die raakt men kwijt door hem niet meer te beoefenen. Aan de andere kant, hoe meer men die beoefent, des te meer wortelt zich de habitus in het medium en zet de deur open voor de demon. Nochtans is de habitus verliezen door hem niet meer te beoefenen niet voldoende, want de mediamieke habitus blijft op latente wijze aanwezig en elke mediamieke activiteit, zelfs na lange tijd van onthouding, doet de mediamieke habitus weer snel ontwaken. Een andere manier om de mediamieke habitus te verliezen is er een te doen ontstaan die tegengesteld is. Ik geef een voorbeeld om aan te tonen dat dit kan. De blinde die de (verscherpte) habitus van zijn gehoor en tastzin heeft ontwikkeld is daartoe in staat geweest omdat zijn wil zijn levenskracht heeft ingezet daar waar hij het wilde. Dat geeft aan dat de wil in staat is het levenskapitaal daar aan te wenden waar hij wil. Vervolgens door het in te zetten voor het verstand doet de wil een realistische habitus ontstaan. Omdat het levenskapitaal, de hoeveelheid vitaliteit, beperkt is zal de habitus van het realisme zich ontwikkelen ten koste van die van het gevoelsleven. Het verstand is het vermogen de realiteit te vatten. Het opbouwen van die habitus gebeurt door menigvuldige verstandsdaden te stellen en dat zijn daden van realisme, niet van redenering en overleg! Daartegenover zal redenering en overleg, waarbij het verstand gekoppeld is aan het voorstellingsvermogen een groot risico voor een terugval van het medium in de mediamieke habitus met zich meebrengen. De meest eenvoudige oefening van het verstand is het tegenwoordig zijn in de werkelijkheid, niet het bewustzijn van de aanwezigheid in die werkelijkheid maar die tegenwoordigheid, kort en goed. Gewoonlijk kost het geen bijzondere moeite om zo “wakker te zijn” in het eigen verstand. Men moet vooral oppassen niet afwezig te zijn. Daarom moet men plaatsen opsporen waar het medium in zijn mediamieke habitus verkeert in plaats van in zijn eigen mogelijkheid tot begrijpen, zijn eigen verstand. Het zijn plaatsen waar het medium de neiging heeft in zijn fantasie naar elders te vertrekken. Als het medium zich met iets vereenzelvigt bevindt het zich niet meer in de realiteit. Het verstand daarentegen weet te oordelen, dat wat is, is. Dat wil zeggen dat het ‘t bestaan bevestigt van wat is, anders dan zijn eigen ik. Zeggen: “dit bestaat”, is zeggen dat dit z’n eigen zijn bezit, dat niet het mijne is. Die daad van het verstand is rechtstreeks tegengesteld aan de houding van “versmelting”, vereenzelviging met en opgaan in, waarin ik juist één wordt met de of het andere. In het voorstellingsvermogen maakt deze versmelting de afstand ongedaan, die er in werkelijkheid is tot het of de andere.

De plaatsen waar het realisme bij het medium verloren gaat, zijn al die plekken waar het medium niet zo wordt beziggehouden door wat hij doet, dat hij tegelijkertijd ook niet ergens anders kan zijn. Dat betreft allerlei heel gewone bezigheden van elke dag. Een andere plek is de vrije natuur of het kerkgebouw, plaatsen waar het medium een voorkeur voor heeft omdat hij de gewoonte heeft daarin op te gaan om zich op te laden zonder dat hij er erg in heeft. Een andere plek is de persoonlijke relatie. Immers, het medium trekt alle mensen met moeilijkheden aan, versmelt a.h.w. emotioneel met hen en oefent zo zijn mediamieke habitus uit. Men moet leren afstand te scheppen in de persoonlijke betrekkingen: de ander is de ander en ik ben ik, geen vermenging. Men zou hetzelfde kunnen zeggen over die persoonlijke relatie met God: het gebed en in het bijzonder de aanbidding van het H. Sacrament. Ik raad een medium altijd aan om met open ogen te bidden en de ogen niet te sluiten, want het sluiten van de ogen maakt het hier-en-nu tegenwoordig zijn moeilijk. Daarentegen helpt het openhouden van de ogen het medium om duidelijk tegenwoordig te zijn in zijn gebed. Aan de andere kant: lange tijd strak naar hetzelfde voorwerp kijken maakt dat men die tegenwoordigheid verliest. Daarom is het goed om bij de aanbidding van het H. Sacrament naar de H. Eucharistie te kijken maar zonder te veel fixeren, want anders verliest men die tegenwoordigheid en valt men terug in de mediamieke habitus die men zo dus cultiveert.

Tenslotte moet vermeld worden dat sommige duivels kunnen proberen het kwijtraken van de mediamieke habitus te verhinderen. Naar het schijnt worden ze Devas genoemd. Ik heb niet in kunnen gaan op het verband tussen de chakras en de mediamieke habitus, maar er is een nauw verband tussen beide. Ik heb u een filosofische visie gegeven, terwijl de chakras deel uitmaken van het gebied van de religies van India. Die Devas-demonen oefenen hun invloed juist op de chakrapunten uit om te verhinderen dat ze zich sluiten. Wanneer zulke Devas-demonen aanwezig zijn dan moet men een bevrijdingsgebed uitspreken. Tenslotte, ik raad een medium af zich aan te sluiten bij groepen voor charismatische vernieuwing om aan de charisma’s deel te nemen. Immers, die groepen die opgewekt worden door de Heilige Geest, zijn er om grote vissen te vangen, mensen die behoorlijk belast zijn, soms besmet door de duivel. Als een medium zich in een dergelijke groep begeeft om deel te nemen aan de charisma’s moet hij zich openstellen voor de werking van de Heilige Geest. Ongelukkig genoeg weet een medium het onderscheid niet te maken tussen zich geestelijk openstellen voor de H. Geest en een mediamieke openstelling. Ik ben er ook niet zo zeker van dat men werkelijk concreet enkel zijn geestelijk leven kan openstellen, zonder zich ook gevoelsmatig te openen. Een medium dat zijn mediamieke habitus openstelt kan dus demonen tot zich verzamelen die aanwezig zijn bij de andere belaste personen die naar het gebed zijn gekomen. Men moet er wel aan denken dat men, om aan de charismen deel te nemen, in zijn persoonlijke wezen heel uitgeproken op zijn einddoel, zijn finaliteit als mens gericht moet zijn. Ik heb helaas gevallen gezien, waarin mediums of mensen met neiging tot de mediamieke habitus door de duivel werden gegrepen in groepen van charismatische vernieuwing.

Conclusie

Het is zeker dat vandaag de dag de mediamieke habitus een grote verbreiding kent. Wanneer we met wijsheid naar het schepsel kijken zien we dat de mediamieke habitus in strijd is met Gods bedoeling met de menselijke persoon. God schept de geestelijke ziel opdat de mens zich daarmee zelf bestuurt, want door haar kan de mens God ontdekken en Hem bereiken. Het doen schitteren van de krachten die de mediamiek geeft onder voorwendsel van menslievendheid, is dat niet nogal pervers? Onze cultuur van het virtuele waarin de jongeren op intensieve manier onderworpen zijn aan de informatica, videospellen etc. bevordert de mediamieke habitus, want het gebeurt op de leeftijd waarop zich normaal het verstandsleven zou moeten ontwikkelen en dat krijgt daartoe niet de kans door de cultus van het virtuele. De jeugdtrauma’s die men steeds meer ziet als gevolg van scheidingen, bevorderen vaak de mediamieke habitus, want lijden maakt dat men in zichzelf keert en zich in zijn gevoelsleven opsluit. De paramedische disciplines op basis van manipulatie van energieën bevorderen de mediamieke habitus zowel voor wie ze beoefenen als voor wie er van “profiteren”. De clou is dat men wil doen geloven dat de mediamieke habitus toegang verleent tot een authentiek mystiek leven! Is dat niet de leugen van de vader van de leugen? De leugen van hem die sinds het eerste begin de mens wil doden?

Ik vraag me af of we door die mediamieke habitus niet geraken tot een karikatuur van het koninklijk priesterschap van de gelovigen. Het priesterschap is een middelaarschap op het geestelijke vlak, dat we allemaal kunnen uitoefenen dankzij de deugd van liefde die een habitus is. Een middelaarschap zonder gerichtheid op het werkelijke doel van de mens die zich beweegt op het gebied van een overgevoelige geest, is dat niet een demonische karikatuur? We weten dat de duivel een karikatuur maakt van alles wat God doet, men behoeft de Apocalyps maar te lezen om dat te beseffen. Laten we niet vergeten dat de demon Adam en Eva heeft doen vallen als een beoefening van een valse broederliefde. Het ging om het heil, te worden als goden door de vrucht te eten van de boom van de kennis van goed en kwaad door een zuiver menselijke, niet bovennatuurlijke handeling: een vrucht plukken van de boom.

Vertaling: J.A. Raymakers.


Top of the page


Creation of the site: Jean-Marie Weberwww.mission-web.com

Valid XHTML 1.0 Transitional Valid CSS!